VS bouwt AI-software, China bouwt AI-machines — wat betekent dat?

Er is een nieuwere video over dit onderwerp: Hoe AI leert begrijpen dat een object nog bestaat

Liever nieuwe posts als video? Abonneer op het aiMattie YouTube-kanaal — of bekijk alle video's in de playlist.

TL;DR

  • Wat: Uit RAND-onderzoek blijkt dat 61% van de Amerikaanse AI-bedrijven puur software maakt, tegenover slechts 26% van de Chinese — de rest bouwt robots, auto's en drones.
  • Waarom relevant: De AI-wereld splitst in twee kampen en als ondernemer bepaalt die splitsing welke technologie straks beschikbaar, betaalbaar en bruikbaar is voor jouw bedrijf.
  • Wat je ermee kunt: Inventariseer of jouw bedrijfsprocessen gebaat zijn bij fysieke AI (robotica, automatisering) en volg de prijsontwikkeling van Chinese hardware.

Ik stuitte op een cijfer dat me niet meer loslaat. Volgens onderzoek van de RAND Corporation — een Amerikaans onderzoeksinstituut dat 1.181 AI-bedrijven analyseerde, 743 Amerikaanse en 438 Chinese — is 61 procent van de Amerikaanse AI-bedrijven een 'pure software shop'. Bij Chinese AI-bedrijven is dat maar 26 procent. De rest? Die bouwt lichamen voor hun algoritmes: robots, autonome voertuigen, drones. Ik vind dat een fascinerend verschil, en het heeft directe gevolgen voor wie hier in Nederland een bedrijf runt.

Twee werelden, één technologie

Als je aan AI denkt, denk je waarschijnlijk aan ChatGPT, aan slimme software die tekst schrijft of data analyseert. Dat is precies het type AI waar Amerika in uitblinkt. Amerikaanse bedrijven clusteren rond gezondheidszorg, wetenschappelijk onderzoek en cybersecurity — wat je de 'kenniseconomie' zou kunnen noemen.

China kiest een andere route. Daar clusteren AI-bedrijven rond productie, transport en energie — de fysieke economie. In China noemen ze het 'embodied AI': kunstmatige intelligentie die niet op een scherm leeft, maar in een machine die daadwerkelijk dingen doet in de echte wereld. Denk aan een robot die in een magazijn dozen sorteert, een drone die landbouwgrond inspecteert, of een autonome vrachtwagen die een haven bedient.

Wat mij hier opvalt is dat dit geen toevallige verdeling is. Het volgt logisch uit wat elk land goed kan. Amerika heeft het durfkapitaal en de softwarekennis. China heeft de fabrieken, de toeleveringsketens en de productiecapaciteit. Beide landen spelen hun sterke kaart.

De cijfers achter de verschuiving

Het RAND-onderzoek laat nog een opvallend detail zien: 12 procent van de Chinese AI-bedrijven werkt aan humanoïde robots. In Amerika is dat 2 procent. Dat is zes keer zoveel, proportioneel.

En het blijft niet bij plannen. Volgens recente rapportages waren de vijf grootste fabrikanten van humanoïde robots ter wereld — AgiBot, Unitree, Galbot, UBTECH en Leju Robotics — in de eerste helft van 2026 allemaal Chinees. Samen waren ze goed voor 86 procent van de wereldwijde leveringen. Chinese bedrijven namen zelfs meer dan 97 procent van alle humanoïde robotleveringen voor hun rekening in die periode.

Kun je je voorstellen wat dat betekent? Het is alsof je bij smartphones in 2010 kijkt en ziet dat één land vrijwel alle toestellen produceert. Dat zegt iets over waar de schaalvoordelen, de ervaring en uiteindelijk de prijsmacht komen te liggen.

Wat betekent 'physical AI' concreet?

Laat ik het even uit de abstractie halen. 'Physical AI' of 'embodied AI' betekent dat een AI-systeem niet alleen nadenkt, maar ook handelt. Een chatbot beantwoordt je vraag. Een AI-robot pakt je bestelling in, laadt een pallet, of monteert een onderdeel.

Stel dat je als ondernemer een productiebedrijf hebt met twintig medewerkers. Je zoekt al maanden naar technisch personeel — dat is in Nederland een bekend verhaal. Een robot die geleid wordt door AI, die zich kan aanpassen aan wisselende producten en kleine series, zou een deel van dat personeelstekort kunnen opvangen. Niet als vervanging van mensen, maar als aanvulling waar je simpelweg niemand kunt vinden.

Dat is precies het type toepassing waar China nu op industriële schaal aan bouwt. En het is precies het type toepassing dat in Nederland steeds relevanter wordt.

De Nederlandse context

Ik vind het interessant dat deze internationale verschuiving samenvalt met wat er in Nederland gebeurt. TNO waarschuwde eerder dit jaar dat robotisering geen luxe is, maar een voorwaarde om de Nederlandse maakindustrie te behouden. De SER Noord-Nederland bracht in februari 2026 een briefadvies uit over robotisering, automatisering en AI in het MKB in Noord-Nederland. De boodschap: technologische innovatie is noodzakelijk, zeker in regio's waar arbeid schaars is.

Ondertussen is er ook de Nationale Robotica Agenda, die specifiek kijkt naar cognitieve robotica en physical AI in Nederland. Het thema leeft dus, maar de schaal is een ander verhaal. Nederland is geen China — we hebben niet de productiecapaciteit om zelf massaal robots te bouwen. Wat we wél kunnen, is slim inkopen en integreren.

En daar wordt het geopolitiek interessant. Washington heeft in de zomer van 2026 de regels aangescherpt: hogere tarieven op geïmporteerde drones en onderdelen, restricties op buitenlandse robotsystemen, met een beroep op nationale veiligheid. Die tarieven gingen in september in, met aanvullende heffingen op componenten vanaf 2027. Voor een Nederlandse ondernemer die overweegt om Chinese robotica in te zetten, is dat een factor om in de gaten te houden. De prijs van een Chinese robot aan de fabrieksdeur is niet per se de prijs die je betaalt na invoerregels en handelsbeleid.

De EU AI Act als extra laag

Daarbovenop geldt sinds augustus 2026 dat AI-systemen die als 'hoog risico' worden geclassificeerd, moeten voldoen aan strenge Europese eisen rond transparantie, datakwaliteit, menselijk toezicht en documentatie. Als je een AI-gestuurde robot in je bedrijf zet die autonoom beslissingen neemt, val je daar mogelijk onder. Dat is geen reden om het niet te doen, maar wel een reden om het goed te doen.

Wat dit zegt over de komende jaren

Ik denk dat we naar een wereld toe bewegen waarin de VS de 'hersenen' van AI levert — de grote taalmodellen, de software, de algoritmes — en China de 'lichamen' bouwt: de robots, drones en voertuigen waarin die intelligentie landt. Dat is overigens geen originele gedachte van mij; meerdere analisten beschrijven het inmiddels zo.

Voor een ondernemer in Nederland betekent dat een paar dingen. Ten eerste: de AI-tools die je nu waarschijnlijk gebruikt — tekstgeneratie, analyse, klantenservice — komen grotendeels uit het Amerikaanse software-ecosysteem. Die blijven komen en worden beter. Ten tweede: als fysieke automatisering voor jouw bedrijf relevant is, zul je steeds vaker naar Chinese hardware kijken. De prijs-kwaliteitverhouding dwingt dat af, tenzij handelsbeleid of regelgeving daar een stokje voor steekt.

Voor mij is dit vooral een signaal dat AI niet alleen een softwareverhaal is. De volgende fase speelt zich af in fabrieken, magazijnen en op de weg. En de vraag wie die machines bouwt — en tegen welke prijs en voorwaarden — is voor een ondernemer minstens zo relevant als de vraag welk taalmodel het beste scoort op een benchmark.

80% van de AI-projecten haalt productie nooit.

Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.