Open AI-modellen: veel gebruikt, weinig verdienmodel

Open AI-modellen: veel gebruikt, weinig verdienmodel

TL;DR

  • Wat: 80% van de AI-startups bouwt op open modellen, maar die modellen vangen slechts 4% van de wereldwijde AI-omzet.
  • Waarom relevant: als ondernemer kies je steeds vaker uit open alternatieven — maar het ecosysteem erachter is financieel kwetsbaar.
  • Wat je ermee kunt: bij de keuze voor een AI-oplossing niet alleen naar prijs kijken, maar ook naar de levensvatbaarheid van de aanbieder.

Ik stuitte op een analyse van @StragglerLiu op X die twee datasets naast elkaar legt: de uitspraak van Nvidia-CEO Jensen Huang op CES 2026 dat 80% van de startups op open modellen bouwt, en het recente Mozilla-rapport dat laat zien dat diezelfde open modellen slechts 4% van de AI-omzet pakken. Dat contrast vind ik opvallend genoeg om uit te pluizen.

Wat Jensen Huang zei — en waarom het ertoe doet

Tijdens zijn keynote op CES 2026 stelde Jensen Huang dat 80% van de AI-startups hun producten bouwt op open modellen. Hij noemde ook dat ongeveer één op de vier tokens op OpenRouter — een platform dat verschillende AI-modellen aanbiedt — afkomstig is van een open model. Huang kondigde in dezelfde presentatie meerdere eigen open modellen aan, waaronder Nemotron voor zogenaamde "agentic AI" (AI die zelfstandig taken uitvoert) en Cosmos voor fysieke AI-toepassingen.

Wat mij hier opvalt: Huang heeft een duidelijk belang. Nvidia verkoopt de chips waarop die modellen draaien. Volgens schattingen van onderzoeksbureau IDC had Nvidia in mei 2026 zo'n 81% van de markt voor datacenter-AI-chips in handen. Meer open modellen betekent meer gebruik, en meer gebruik betekent meer Nvidia-hardware. Dat maakt zijn uitspraak niet onwaar, maar het is goed om het belang erachter te zien.

Het Mozilla-rapport: de 4%-kant van het verhaal

In juli 2026 publiceerde Mozilla zijn eerste State of Open Source AI-rapport. De belangrijkste bevindingen:

  • Open modellen ondersteunen ongeveer 33% van het actieve AI-gebruik wereldwijd.
  • Diezelfde modellen vangen slechts 4% van de wereldwijde AI-omzet.
  • 79% van de ontwikkelaars zegt open modellen te gebruiken, maar slechts 51% heeft ze daadwerkelijk in productie — tegenover 63% voor gesloten modellen.
  • De prestatiekloof tussen open en gesloten modellen is gekrompen tot circa 3%.
  • De kosten voor het draaien van open modellen zijn in drie jaar tot 50 keer lager geworden.

Dat laatste punt is interessant. Stel dat je als ondernemer een klantenservice-chatbot wilt draaien: de rekening voor een open model is een fractie van wat je bij een gesloten dienst als ChatGPT of Claude betaalt. Maar de keerzijde is dat de bedrijven en gemeenschappen achter die open modellen nauwelijks geld verdienen met hun werk.

Waarom die kloof er is

De verklaring zit in hoe de markt werkt. Gesloten modellen — denk aan OpenAI's GPT-reeks of Anthropic's Claude — worden aangeboden als betaalde dienst. Je betaalt per gebruik, per maand, of per API-aanroep. Dat verdienmodel is helder.

Open modellen kun je gratis downloaden en zelf draaien. De makers verdienen indirect: via consultancy, via hosting, of helemaal niet. Dat is vergelijkbaar met hoe WordPress werkt — de software is gratis, maar het ecosysteem van hosting, thema's en ondersteuning genereert het geld. Alleen staat dat ecosysteem bij AI nog in de kinderschoenen.

Wat dit betekent als je een AI-tool kiest

Voor een MKB-ondernemer is dit geen abstract marktonderzoek. Het heeft directe gevolgen voor de keuzes die je maakt.

Kosten versus continuïteit

Open modellen zijn goedkoper. Dat is een feit. Maar als het verdienmodel achter een open model niet rond komt, loop je het risico dat de ontwikkeling stopt, dat updates uitblijven, of dat de community fragmenteert. Bij een betaalde dienst heb je meer zekerheid dat er morgen nog iemand aan het stuur zit — al is dat ook geen garantie, zoals we hebben gezien bij diverse tech-startups die hun deuren sloten.

Ik denk dat de juiste vraag niet is "wat is het goedkoopst?" maar "wat is het goedkoopst dat ik over twee jaar nog kan gebruiken?"

Privacy en eigenaarschap

Het Mozilla-rapport noemt privacy en eigenaarschap als topredenen voor ontwikkelaars om open modellen te kiezen. Dat is begrijpelijk. Als je een open model op je eigen server draait, verlaten je klantgegevens niet je eigen infrastructuur. Voor bedrijven die werken met gevoelige data — denk aan financiële dienstverlening, zorg, of juridische kantoren — is dat een serieus voordeel.

Maar er zit een maar aan: "op je eigen server draaien" vereist technische kennis en rekenkracht die niet elk MKB-bedrijf in huis heeft. In de praktijk schakelen veel bedrijven dan toch een hostingpartij in, waarmee een deel van dat privacyvoordeel weer verdwijnt.

De geopolitieke dimensie

Een detail uit het Mozilla-rapport dat ik niet onbenoemd wil laten: China en Oost-Azië leiden de wereldwijde adoptie van open AI-modellen met 89%. Overheden daar behandelen open-source AI als strategische prioriteit.

Voor Nederlandse ondernemers is dit relevant omdat het laat zien dat de AI-markt niet alleen een technische maar ook een geopolitieke kwestie is. De modellen waarop je bouwt, komen ergens vandaan. Jensen Huangs pleidooi voor open modellen is deels ook een reactie op discussies in Washington over exportbeperkingen en regulering van AI.

Als ondernemer hoef je geen geopolitiek expert te zijn, maar het is goed om te weten dat de beschikbaarheid van bepaalde modellen kan veranderen door beleidsbeslissingen die buiten je invloedssfeer liggen.

De productie-kloof

Eén getal uit het Mozilla-rapport blijft bij me hangen: 79% van de ontwikkelaars zegt open modellen te gebruiken, maar slechts 51% heeft ze in productie. Bij gesloten modellen is dat 63%. Dat verschil van twaalf procentpunt suggereert dat het niet de modellen zelf zijn die tekortschieten — de prestatiekloof is immers nog maar 3% — maar de gereedschappen en infrastructuur eromheen.

Kun je je voorstellen wat dat betekent als je een ontwikkelaar inhuurt om een AI-toepassing te bouwen? Die ontwikkelaar experimenteert waarschijnlijk met open modellen, maar kiest voor productie mogelijk toch voor een gesloten alternatief omdat de tooling daar volwassener is. Het verschil zit niet in de motor, maar in de garage.

Een wankel evenwicht

Wat mij betreft laat het contrast tussen die 80% en die 4% vooral zien dat de open-modelwereld in een wankel evenwicht verkeert. Het gebruik groeit, de kwaliteit is bijna gelijk, de kosten zijn een fractie — maar het geld stroomt naar de gesloten aanbieders. Dat is op termijn niet houdbaar. Of de open modellen vinden een verdienmodel, of de ontwikkeling vertraagt.

Voor mij is dit vooral een signaal om als ondernemer niet blind te varen op wat nu het goedkoopst is, maar ook te kijken naar wat financieel levensvatbaar is. De goedkoopste optie is alleen goedkoop zolang iemand anders de rekening betaalt.

80% van de AI-projecten haalt productie nooit.

Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.