Meta aangeklaagd voor gebruik van foto's bij AI-training

Meta aangeklaagd voor gebruik van foto's bij AI-training

TL;DR

  • Wat: Een groepsrechtszaak in de VS beschuldigt Meta ervan Facebook- en Instagram-foto's zonder toestemming te hebben gebruikt om AI-modellen en gezichtsherkenning te trainen.
  • Waarom relevant: Als ondernemer gebruik je waarschijnlijk Meta-platformen voor je bedrijf — en de uitkomst bepaalt mede hoe techbedrijven straks met beeldmateriaal mogen omgaan.
  • Wat je ermee kunt: Controleer welke foto's je bedrijf deelt op social media en of je privacybeleid rekening houdt met AI-gebruik door platformen.

Afgelopen week viel mijn oog op een bericht van WIRED over een nieuwe groepsrechtszaak tegen Meta. Wat mij deed stoppen met scrollen: het gaat niet alleen over het trainen van AI-beeldmodellen, maar ook over een nog niet uitgebrachte gezichtsherkenningsfunctie genaamd "NameTag". Ik vind het een zaak die verder reikt dan een Amerikaans juridisch gevecht — ook als je in Nederland een bedrijf runt.

Wat er precies is gebeurd

Op 4 september 2026 diende het advocatenkantoor Wexler Boley & Elgersma een 66 pagina's tellende aanklacht in bij de federale rechtbank in Illinois. De eisers — Francisco Alvarez uit Illinois en Jeremy Wahl uit Californië, beiden ook namens hun minderjarige kinderen — stellen dat Meta op grote schaal foto's van Facebook en Instagram heeft gebruikt zonder toestemming.

Concreet gaat het om twee doelen waarvoor die foto's volgens de aanklacht zijn ingezet:

  1. Het trainen van AI-beeldgeneratiemodellen, met name Emu (oorspronkelijk getraind op 1,1 miljard afbeelding-tekstparen) en diens opvolger Muse Image.
  2. Het bouwen van NameTag, een interne gezichtsherkenningsfunctie voor de Ray-Ban en Oakley smart glasses van Meta.

Wat mij hier opvalt: het gaat niet alleen om foto's die gebruikers zelf uploaden. De aanklacht stelt dat ook beelden van niet-gebruikers — mensen die toevallig op andermans foto staan — zijn verwerkt. Stel dat je als ondernemer een teamfoto deelt op je bedrijfspagina: volgens deze zaak zouden ook de gezichten van je medewerkers die geen Facebook-account hebben, verwerkt kunnen zijn.

NameTag: gezichtsherkenning via een zonnebril

Het bestaan van NameTag werd in juni 2026 ontdekt door journalisten van WIRED. Zij vonden inactieve code in de Meta AI-app, die op meer dan 50 miljoen apparaten is geïnstalleerd. De functie zou in theorie het volgende mogelijk maken: je richt je smart glasses op iemand, het systeem maakt een biometrische "faceprint" en vergelijkt die met eerder vastgelegde gezichten.

Kun je je voorstellen wat dat betekent? Iemand met een bril op kan je op straat identificeren zonder dat je het weet. Dat is een flinke stap verder dan een AI die plaatjes genereert.

Na de berichtgeving verwijderde Meta de code uit de app. Woordvoerder Ryan Daniels verklaarde dat er "niets naar consumenten is uitgebracht" en ontkende dat er een centrale gezichtsdatabase is opgebouwd. Maar onderzoekers geven aan dat het systeem ontworpen leek om faceprints van Meta's servers op te halen — wat haaks staat op die ontkenning. Ik vind het op zijn minst opvallend dat Meta de code stilletjes verwijderde in plaats van er proactief over te communiceren.

De juridische basis: BIPA en wat dat inhoudt

De zaak leunt zwaar op de Illinois Biometric Information Privacy Act, beter bekend als BIPA. Voor wie die wet niet kent: BIPA is een van de strengste biometrische privacywetten ter wereld. De wet eist dat bedrijven vooraf schriftelijke toestemming vragen voordat ze biometrische gegevens verzamelen — denk aan gezichtsgeometrie, vingerafdrukken of irisscans.

De mogelijke boetes zijn niet misselijk:

  • $1.000 per onzorgvuldige overtreding
  • $5.000 per opzettelijke of roekeloze overtreding

Als je bedenkt dat de voorgestelde groep iedereen omvat wiens beeld sinds 4 september 2021 op Facebook of Instagram is verschenen, of door Meta's AI-modellen is verwerkt, dan heb je het potentieel over honderden miljoenen mensen. Ik wil geen bedragen gaan raden — dat is speculatie — maar de financiële impact zou enorm kunnen zijn.

Naast BIPA worden ook de privacybeschermingen uit de Californische grondwet en Californische publiciteits- en misbruikwetten aangehaald.

Wat speelt er in Europa?

Dit is een Amerikaanse rechtszaak, maar de thematiek is minstens zo relevant aan deze kant van de oceaan. Wat mij betreft is het belangrijk om te weten dat Meta ook in Europa onder vuur ligt voor vergelijkbare praktijken.

De Oostenrijkse privacyorganisatie noyb heeft in elf Europese landen klachten ingediend over Meta's AI-trainingsbeleid. Het kernprobleem: Meta beroept zich op "gerechtvaardigd belang" om gebruikersdata te verwerken voor AI-training en biedt slechts een opt-out aan — terwijl de AVG (de Europese variant van privacywetgeving) voor dit type verwerking in veel gevallen expliciete toestemming vereist.

Voor Nederlandse ondernemers is dit relevant op twee manieren:

Je eigen data op Meta-platformen

Als je foto's van producten, medewerkers of klanten deelt op Facebook of Instagram, dan valt dat materiaal mogelijk onder het trainingsbeleid van Meta. Het opt-out-mechanisme dat Meta aanbiedt, vereist volgens noyb dat je een formulier invult en een reden opgeeft — een drempel die niet past bij het idee van vrije toestemming.

De bredere precedentwerking

Als deze rechtszaak slaagt, kan dat een precedent scheppen voor hoe ook andere grote techbedrijven — denk aan Google, Apple, Amazon — omgaan met beeldmateriaal dat ze gebruiken voor AI-training. Dat raakt uiteindelijk elke ondernemer die afhankelijk is van platforms.

Wat dit praktisch betekent

Ik denk dat deze zaak een goed moment is om even stil te staan bij een paar dingen:

  • Welke beelden deel je namens je bedrijf op social media? Staan er gezichten op van medewerkers, klanten of voorbijgangers? Heb je daar toestemming voor — niet alleen richting de persoon, maar ook wetend dat het platform ze mogelijk voor AI-training gebruikt?
  • Ken je de opt-out-mogelijkheden? Zowel Facebook als Instagram bieden (in Europa) de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen AI-training. Het is geen garantie, maar het is een stap.
  • Volg je de ontwikkelingen rondom biometrische gegevens? De AVG classificeert biometrische data als een "bijzondere categorie" persoonsgegevens. Als je als bedrijf werkt met gezichtsherkenning of biometrische toegangscontrole, is het sowieso goed om op de hoogte te blijven van de jurisprudentie — ook internationaal.

Meta heeft nog geen inhoudelijk verweer ingediend. Het is dus afwachten hoe het bedrijf reageert. Mogelijk betoogt Meta dat NameTag data lokaal op het apparaat verwerkt en dus niet onder BIPA valt. Dat wordt een interessant juridisch punt.

Een signaal, geen uitspraak

Voor mij is deze zaak vooral een signaal dat het gebruik van beeldmateriaal voor AI-training niet langer een technisch detail is dat ergens in de voorwaarden verstopt kan blijven. Het wordt een juridisch en maatschappelijk thema waar ook ondernemers mee te maken krijgen — of je nu foto's deelt op Instagram of nadenkt over biometrische technologie in je eigen bedrijf. De uitkomst van deze zaak is onzeker, maar de richting van het debat lijkt me helder: transparantie en toestemming worden de norm, niet de uitzondering.

80% van de AI-projecten haalt productie nooit.

Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.