TL;DR
- Wat: Google lanceert op 1 oktober een experimentele satelliet met AI-chips als eerste stap naar datacenters in de ruimte.
- Waarom relevant: De energievraag van AI-datacenters raakt ook het Nederlandse stroomnet — en daarmee de wachtlijsten waar MKB-bedrijven mee te maken krijgen.
- Wat je ermee kunt: Volg hoe ruimte-gebaseerde computing zich ontwikkelt; het kan op termijn de druk op aardse energie-infrastructuur verminderen.
Ik stuitte vandaag op een bericht dat me even stil liet staan: Google wil een satelliet lanceren die als een mini-datacenter in een baan om de aarde gaat draaien. Niet als sciencefiction-project, maar als concreet experiment dat volgende week al de lucht in moet. Ik vind dat het moeite waard is om uit te zoeken wat dit betekent — ook voor ondernemers die hier op aarde gewoon hun stroomaansluiting willen uitbreiden.
Wat Google precies van plan is
Het project heet Suncatcher en de eerste satelliet draagt de naam MVP — wat in dit geval staat voor Minimum Viable Product. Het gaat om een apparaat ter grootte van een koelkast, gebouwd in samenwerking met satellietbedrijf Planet Labs. Op 1 oktober moet de satelliet meeliften op een SpaceX Falcon 9-raket vanaf Vandenberg Space Force Base in Californië.
Aan boord zitten vier zogeheten TPU's — Tensor Processing Units. Dat zijn de gespecialiseerde chips die Google ook in zijn gewone datacenters gebruikt om AI-taken uit te voeren. Samen hebben die vier chips ongeveer evenveel rekenkracht als één enkele server in een aards datacenter. De satelliet draait op zo'n 1 kilowatt aan zonne-energie en moet in staat zijn om eenvoudige AI-vragen te beantwoorden via Google's Gemini-model.
Het is nadrukkelijk een experiment. De satelliet moet ongeveer een jaar operationeel blijven, al zou hij tot zes jaar in een baan om de aarde kunnen blijven voordat hij terugvalt en opbrandt in de atmosfeer.
Waarom de ruimte?
Dit is het deel dat mij het meest fascineert. Satellieten in een baan om de aarde ontvangen vrijwel continu zonlicht — tot acht keer meer zonne-energie dan zonnepanelen op aarde kunnen opvangen. Voor AI-datacenters, die enorme hoeveelheden stroom verbruiken, is dat een interessant gegeven.
Op aarde lopen we namelijk tegen grenzen aan. Volgens cijfers van de NOS verbruiken zo'n 45 grote datacenters in Nederland nu al evenveel stroom als 1,9 miljoen huishoudens. Netbeheerder TenneT verwacht dat de energievraag van datacenters groeit van ongeveer 10 terawattuur in 2025 naar 24 tot 29 terawattuur in 2030. Dat zou betekenen dat datacenters straks zo'n 15 procent van het totale Nederlandse stroomverbruik voor hun rekening nemen.
Kun je je voorstellen wat dat betekent als je als ondernemer nu al op een wachtlijst staat voor een grotere stroomaansluiting? Sinds 1 juli 2026 komen ook kleinverbruikers — MKB-bedrijven, horeca, zorginstellingen — op dezelfde wachtlijsten als grote afnemers. De concurrentie om netcapaciteit is dus heel direct.
Ik denk dat dit precies de context is waarbinnen je het Suncatcher-project moet lezen. Het is niet alleen een technisch experiment — het is een poging om de energiebehoefte van AI los te koppelen van het aardse elektriciteitsnet.
De plannen voor opschaling
Google denkt groter dan één koelkast-satelliet. Volgend jaar moeten er twee vergelijkbare satellieten volgen. Het uiteindelijke doel is een vloot van meer dan 80 satellieten die in formatie vliegen en via snelle optische verbindingen met elkaar communiceren. Google onderzoekt ook de mogelijkheid van een veel grotere satelliet — ter grootte van een voetbalveld.
Dat klinkt ambitieus, en dat is het ook. Een rapport van de Amerikaanse Government Accountability Office noemt een aantal flinke obstakels:
Technische uitdagingen
- Warmteafvoer: in het vacuüm van de ruimte kun je warmte niet kwijt via lucht. Koeling werkt daar fundamenteel anders dan op aarde.
- Straling: kosmische straling kan chips beschadigen. Hardware moet daar specifiek tegen beschermd worden.
- Kosten: het bouwen én lanceren van satellieten is duur. De vraag is of het op termijn goedkoper wordt dan nieuwe datacenters op aarde bouwen.
Google is overigens niet de enige partij die hierover nadenkt. Het bedrijf Starcloud heeft bij de Amerikaanse telecomwaakhond FCC een aanvraag ingediend voor een constellatie van tot 88.000 satellieten die samen als een gedistribueerd datacenter moeten functioneren. Dat getal vind ik eerlijk gezegd moeilijk voor te stellen, maar het laat zien dat meerdere partijen serieus naar deze richting kijken.
Wat betekent dit voor een ondernemer in Nederland?
Laat ik eerlijk zijn: op de korte termijn verandert dit niets voor je bedrijf. Eén satelliet met de rekenkracht van één server gaat het stroomprobleem in Nederland niet oplossen. Maar ik vind het wel een signaal dat de moeite waard is.
De reden: de energievraag van AI stijgt zo hard dat zelfs Big Tech-bedrijven op zoek gaan naar alternatieven buiten de planeet. Dat zegt iets over hoe serieus het capaciteitsprobleem is. Als Google investeert in ruimte-infrastructuur om hun AI-systemen draaiende te houden, dan kun je ervan uitgaan dat de druk op het aardse stroomnet niet vanzelf gaat afnemen.
Voor een MKB-ondernemer in Nederland is dat relevant in een heel praktische zin. Stel dat je een nieuw bedrijfspand wilt openen of je productiecapaciteit wilt uitbreiden — dan is de beschikbaarheid van een stroomaansluiting nu al een serieuze bottleneck. En die bottleneck wordt de komende jaren eerder groter dan kleiner, deels door de groei van datacenters.
Tegelijkertijd is het goed om te weten dat er ook aan oplossingen wordt gewerkt. Naast ruimte-experimenten als Suncatcher wordt er in Nederland gekeken naar flexibele aansluitingen, batterijopslag en het verschuiven van AI-taken naar momenten waarop het stroomnet minder belast is. Datacenters kunnen, als ze slim worden ingericht, volgens Rabobank het energiesysteem zelfs versterken in plaats van alleen belasten.
Een blik vooruit
Wat mij opvalt aan dit nieuws is de snelheid waarmee het gesprek over AI-infrastructuur verschuift. Een jaar geleden ging het vooral over grotere datacenters en meer koeling. Nu praten we over satellieten, zonne-energie in de ruimte en chips die bestand moeten zijn tegen kosmische straling.
Of Google's Suncatcher ooit echt een substantieel deel van de AI-rekenkracht naar de ruimte verplaatst, weet ik niet. Ik denk dat de technische en financiële hobbels nog fors zijn. Maar het feit dat een bedrijf van dit formaat er een concreet experiment aan waagt — met een lancering over een week — vind ik veelzeggend. Het laat zien dat de huidige manier waarop we AI-infrastructuur bouwen op aarde niet onbeperkt opschaalbaar is. En dat is misschien wel de belangrijkste les, los van of die satelliet straks doet wat hij moet doen.
80% van de AI-projecten haalt productie nooit.
Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.