TL;DR
- Wat: Google lanceert volgende week een testsatelliet met vier AI-chips aan boord van een SpaceX-raket, onder de naam Project Suncatcher.
- Waarom relevant: De energiehonger van AI-datacenters raakt aan beschikbaarheid en kosten van clouddiensten waar ook het MKB op draait.
- Wat je ermee kunt: Houd in de gaten hoe de strijd om energie en rekenkracht de cloudprijzen de komende jaren beïnvloedt — dat raakt je IT-budget direct.
Google gaat volgende week, op 1 oktober, voor het eerst AI-chips de ruimte in sturen. Het bedrijf plaatst vier van zijn eigen Tensor Processing Units (TPU's) in een satelliet die meelift op een SpaceX Falcon 9-raket. Ik viel over dit bericht omdat het iets zichtbaar maakt wat normaal gesproken onzichtbaar blijft: de enorme druk die AI legt op energie en infrastructuur.
Wat er precies gebeurt
Het project heet Project Suncatcher en het idee is verrassend helder. Google plaatst vier TPU-chips — samen ongeveer zo krachtig als één server in een datacenter — in een kleine satelliet. Die satelliet gaat mee op de Transporter-18 rideshare-missie van SpaceX, een soort carpoolrit voor satellieten. Aan boord wordt getest of de chips bestand zijn tegen straling, trillingen bij de lancering, en de extreme temperatuurverschillen in een baan om de aarde.
Een bijzonder detail: koeling. In een datacenter op aarde blaas je koude lucht langs je servers. In de ruimte is er geen lucht. Google test daarom een systeem met zogenaamde heat pipes en radiatoren — denk aan de radiatoren in je huis, maar dan om warmte in het vacuüm van de ruimte kwijt te raken.
De satelliet wordt gebouwd in samenwerking met Planet Labs, een bedrijf dat al honderden kleine satellieten in een baan om de aarde heeft. Als alles goed gaat, beantwoordt de satelliet een jaar lang eenvoudige AI-vragen vanuit de ruimte.
Waarom de ruimte?
Dit klinkt misschien als sciencefiction, maar de motivatie is vrij nuchter: energie. Google's eigen onderzoeksblog legt uit dat zonnepanelen in een baan om de aarde tot acht keer meer stroom opwekken dan op het aardoppervlak. In een zogeheten dawn-dusk-baan — een baan waarbij de satelliet vrijwel continu in het zonlicht vliegt — heb je bijna geen batterijen nodig.
Waarom is dat zo belangrijk? AI-datacenters slokken steeds meer stroom op. Volgens schattingen hebben de geplande datacenters in de VS samen zo'n 81 gigawatt extra nodig tegen 2030. Dat is roughly evenveel als het totale elektriciteitsverbruik van Texas. Daarnaast is er water nodig voor koeling, grond om te bouwen, en vergunningen om aan te vragen. Op sommige plekken in de wereld is het elektriciteitsnet simpelweg niet toereikend.
Ik vind het eerlijk gezegd fascinerend dat een bedrijf als Google zegt: als we op aarde tegen grenzen aanlopen, kijken we omhoog. Het is geen garantie dat het werkt, maar het laat wel zien hoe serieus het energieprobleem is.
Hoe realistisch is dit?
Hier is het belangrijk om eerlijk te zijn. Google zelf tempert de verwachtingen. James Manyika, senior vice president voor research bij Google, zei tegen The New York Times: "We don't expect, to be perfectly frank, that we'll have anything usefully operational in the next few years." Dat is opvallend openhartig voor een techbedrijf.
De planning ziet er zo uit:
- Oktober 2026: Eén testsatelliet met vier TPU's (de missie van volgende week).
- Begin 2027: Twee satellieten om snelle laserverbindingen tussen satellieten te testen — nodig om meerdere satellieten als één computercluster te laten samenwerken.
- Midden jaren 2030: Pas dan verwacht Google dat lanceerkosten onder de 200 dollar per kilo komen, wat ruimte-computing economisch vergelijkbaar zou maken met datacenters op aarde.
We hebben het dus over een tijdshorizon van zo'n tien jaar voordat dit commercieel relevant wordt. Experts waarschuwen dat hoge lanceerkosten, technische beperkingen en productie-bottlenecks nog flinke obstakels vormen.
Overigens is Google niet alleen: SpaceX werkt aan eigen plannen onder de naam Starmind, met Nvidia-chips aan boord. Elon Musk heeft het over het uiteindelijk plaatsen van tot een miljoen orbitale datacenters — al moet je bij zulke uitspraken altijd een flinke korrel zout nemen.
Wat betekent dit voor jou als ondernemer?
Je zou kunnen denken: leuk voor Google, maar wat heb ik eraan? Ik denk dat het indirecte effect groter is dan het directe.
Als je een bedrijf runt dat clouddiensten gebruikt — en welk bedrijf doet dat tegenwoordig niet — dan ben je afhankelijk van de infrastructuur van partijen als Google, Microsoft en Amazon. De prijzen die je betaalt voor cloud computing, AI-tools en opslag hangen samen met wat het kost om datacenters te bouwen en te draaien.
Op dit moment stijgen die kosten. Energie wordt duurder, grond schaarser, vergunningen lastiger. Als ruimte-computing ooit een deel van die druk wegneemt, kan dat op termijn de prijs van AI-diensten stabiliseren of zelfs verlagen. Maar dat is een scenario voor de jaren 2030, niet voor morgen.
Wat je nu concreet kunt doen
Kun je je voorstellen dat je IT-kosten de komende vijf jaar verdubbelen, simpelweg omdat de stroomrekening van datacenters stijgt? Stel dat je als ondernemer nu al 500 euro per maand betaalt voor clouddiensten — dan is het slim om te begrijpen wat die kosten drijft. Niet omdat je er vandaag iets aan kunt veranderen, maar omdat het je helpt betere beslissingen te nemen als je contracten verlengt of nieuwe tools evalueert.
De energiekwestie rond AI is geen abstract probleem. Het is een kostenpost die uiteindelijk bij de gebruiker terechtkomt.
Een blik op de grotere puzzel
Wat mij opvalt aan dit verhaal is niet zozeer de technologie — al is een AI-chip in een baan om de aarde op 650 kilometer hoogte best indrukwekkend — maar het signaal dat erachter zit. De grootste techbedrijven ter wereld lopen tegen fysieke grenzen aan. Niet tegen de grenzen van wat software kan, maar tegen de grenzen van stroom, water en grond.
Project Suncatcher is één antwoord. Kernenergie voor datacenters is een ander. Nieuwe chiparchitecturen die minder stroom verbruiken weer een ander. Geen van deze oplossingen is op zichzelf voldoende, maar samen schetsen ze een beeld van een sector die beseft dat ongeremde groei niet vanzelfsprekend is.
Voor mij is dit vooral een herinnering dat de AI-golf die we nu meemaken niet alleen draait om slimme modellen en handige chatbots. Er zit een hele fysieke wereld achter — van energiecentrales tot, blijkbaar, raketten. En die fysieke wereld bepaalt uiteindelijk wat er mogelijk is, en wat het gaat kosten.
80% van de AI-projecten haalt productie nooit.
Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.