VS steunt OpenAI in copyrightstrijd: wat betekent fair use voor jou?

Liever nieuwe posts als video? Abonneer op het aiMattie YouTube-kanaal — of bekijk alle video's in de playlist.

TL;DR

  • Wat: De Amerikaanse overheid heeft zich in een rechtszaak achter OpenAI geschaard en betoogt dat AI-training op auteursrechtelijk beschermd werk onder 'fair use' valt.
  • Waarom relevant: Dit zet de toon voor hoe wereldwijd met auteursrecht en AI wordt omgegaan — ook in Europa, waar andere regels gelden.
  • Wat je ermee kunt: Controleer of jouw bedrijfscontracten en contentbeleid rekening houden met AI-training op je eigen materiaal, zeker nu de EU een opt-outrecht biedt.

De Amerikaanse overheid heeft zich voor het eerst officieel uitgesproken in de golf van copyrightrechtszaken tegen AI-bedrijven — en kiest de kant van OpenAI. Ik viel over dit bericht omdat het ver voorbij een Amerikaans juridisch steekspel gaat. De uitkomst raakt iedereen die content maakt, publiceert of er zakelijk van afhankelijk is.

Wat er precies is gebeurd

Het Amerikaanse ministerie van Justitie (onder de Trump-administratie) heeft een zogenoemde amicus brief ingediend bij een federale rechtbank in New York. Dat is een document van een buitenstaander — in dit geval de overheid — die de rechter vraagt om een bepaalde kant op te kijken. De brief van twintig pagina's steunt het verweer van OpenAI in de gebundelde rechtszaken van onder meer de New York Times, The Intercept, Tribune Media Company en Ziff Davis.

Het kernargument: het trainen van grote taalmodellen (LLM's) op auteursrechtelijk beschermd werk is transformatief gebruik en valt daarmee onder de Amerikaanse fair use-doctrine. De overheid vergelijkt het met hoe een mens leert lezen en schrijven — je neemt kennis tot je, verwerkt die, en maakt er iets nieuws van.

Wat mij hier opvalt, is de tweede laag van het argument. De brief stelt namelijk ook dat het beperken van toegang tot trainingsdata de Amerikaanse concurrentiepositie in AI zou schaden. Letterlijk staat er: "The United States has a strong interest in continuing to develop a robust and competitive artificial intelligence industry that sets the standard for the practice and procedure of AI use globally." Het is dus niet alleen een juridisch verhaal, maar ook een geopolitiek verhaal.

Het argument van de andere kant

Het is belangrijk om ook de tegenpartij te horen. Matt Topic, de advocaat van The Intercept, noemt de positie van de overheid "an unprecedented, uncompensated transfer of IP rights from news organizations to tech companies" — een ongekende, onbetaalde overdracht van intellectueel eigendom van nieuwsorganisaties naar techbedrijven.

Dat is geen onredelijk punt. Nieuwsorganisaties investeren in journalistiek, en als dat werk zonder vergoeding mag worden gebruikt om AI-modellen te trainen die vervolgens miljarden opleveren, dan ontstaat er een scheefgroei. In de brief beweert de overheid overigens ook iets opmerkelijks: "An erroneous fair use ruling would hamper competition in the market for LLMs, because only the largest technology companies might have the capital necessary to pay licensing fees." Oftewel: als AI-bedrijven wél moeten betalen, kunnen alleen de allergrootste spelers het zich veroorloven. Ik vind dat een interessante draai — het beschermt in theorie kleinere AI-bedrijven, maar ondertussen zijn het juist de grote techbedrijven die nu het meest profiteren.

Voor de volledigheid: Anthropic, maker van Claude, schikte eerder een vergelijkbare zaak voor 1,5 miljard dollar. Dat ging volgens berichten specifiek om het gebruik van illegaal gekopieerde boeken, niet om het bredere principe van AI-training op legaal toegankelijk materiaal. Het zijn verwante maar verschillende kwesties.

Waarom dit voor Europa anders ligt

Kun je je voorstellen dat de Nederlandse overheid een vergelijkbaar standpunt zou innemen? Ik eerlijk gezegd niet direct — en dat komt doordat het juridische kader hier fundamenteel anders is.

In de EU bestaat het concept 'fair use' zoals de Amerikanen het kennen niet. Wat we wél hebben, is een uitzondering voor text and data mining (TDM) in de Europese auteursrechtrichtlijn. Die uitzondering is oorspronkelijk geschreven voor wetenschappelijk onderzoek, en er zit een belangrijk verschil in: rechthebbenden kunnen een opt-out uitoefenen. Ze kunnen dus expliciet aangeven dat hun werk niet voor datamining — en daarmee AI-training — gebruikt mag worden.

Sinds 1 januari 2026 is de Nederlandse auteurswet bovendien uitgebreid: contracten moeten nu expliciet vermelden of werk voor AI-training gebruikt mag worden. Dat is een concrete verandering die je als ondernemer raakt, zeker als je freelancers inhuurt, content laat maken, of zelf publiceert.

En het gaat verder. Het Europees Parlement dringt aan op een nieuwe licentiemarkt, waarbij makers en bedrijven — inclusief mkb'ers — hun werk kunnen uitsluiten van AI-training via een opt-outlijst. Sinds 2 augustus 2026 kan de Europese Commissie de regels voor aanbieders van general-purpose AI-modellen ook daadwerkelijk handhaven onder de AI Act, en meer dan dertig AI-bedrijven moeten uitleg geven over hun gebruik van auteursrechtelijk beschermd trainingsmateriaal.

Wat betekent dit praktisch als je een bedrijf runt?

Ik denk dat er voor ondernemers twee kanten aan dit verhaal zitten.

Je als gebruiker van AI

Als je AI-tools inzet in je bedrijf — voor teksten, samenvattingen, klantenservice, noem maar op — dan verandert er op korte termijn waarschijnlijk weinig. De tools blijven beschikbaar. Maar het is goed om te weten dat de juridische basis waarop die tools gebouwd zijn, nog steeds onderwerp is van grote rechtszaken. Mocht fair use in de VS worden ingeperkt, dan kan dat invloed hebben op de kwaliteit, beschikbaarheid of prijs van AI-modellen.

Je als maker van content

Als jouw bedrijf waardevolle content produceert — artikelen, handleidingen, productbeschrijvingen, trainingsmateriaal — dan is het verstandig om na te denken over je positie. In de EU heb je het recht om een opt-out in te stellen voor AI-training. Dat is geen theoretisch recht: het staat in de richtlijn en wordt nu vertaald naar concrete handhaving. Stel dat je als ondernemer een uitgebreide kennisbank hebt opgebouwd. Wil je dat die vrij beschikbaar is voor AI-training? Of wil je daar grip op houden? Dat is een vraag die je jezelf kunt stellen, ongeacht hoe de Amerikaanse rechtszaak afloopt.

De grotere lijn

Wat mij het meest bezighoudt aan dit verhaal, is niet het juridische detail maar het verschil in benadering. De VS kiest nadrukkelijk voor het beschermen van innovatie en concurrentiekracht, zelfs als dat ten koste gaat van bestaande auteursrechthouders. Europa kiest — voorlopig — meer voor het beschermen van makers, met opt-outrechten en transparantieverplichtingen.

Ik vind het eerlijk gezegd fascinerend dat deze twee visies zo uiteen beginnen te lopen, juist nu AI zo'n centrale rol krijgt in de economie. Geen van beide kanten heeft het bij voorbaat bij het rechte eind. Maar als ondernemer in Nederland opereer je binnen het Europese kader, en daar heb je nu meer concrete handvatten dan een jaar geleden.

Voor mij is dit vooral een signaal dat de tijd van afwachten voorbij is. Niet omdat er paniek nodig is, maar omdat de spelregels rondom AI en auteursrecht nu écht worden geschreven — aan beide kanten van de oceaan.

80% van de AI-projecten haalt productie nooit.

Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.