TL;DR
- Wat: Docenten worden steeds vaker doelwit van seksueel getinte deepfakes die door leerlingen worden gemaakt — en vinden nauwelijks juridische of bestuurlijke hulp.
- Waarom relevant: Als ondernemer werk je samen met scholen, heb je personeel of kinderen — en AI-tools die dit mogelijk maken zijn vrij beschikbaar.
- Wat je ermee kunt: Controleer of jouw organisatie beleid heeft voor AI-misbruik van beeldmateriaal van medewerkers, en beperk openbaar beschikbare foto's waar mogelijk.
Ik las een uitgebreid artikel van WIRED waarin vier docenten vertellen hoe zij doelwit werden van seksueel getinte, AI-gegenereerde afbeeldingen — gemaakt door hun eigen leerlingen. Wat mij trof was niet alleen het verhaal zelf, maar hoe moeilijk het voor deze docenten was om iemand verantwoordelijk te houden. Dat raakt een breder punt dat ook buiten het onderwijs relevant is.
Wat er aan de hand is
Het probleem is concreet en groeit snel. Uit een recent Brits onderzoek onder docenten blijkt dat 12 procent van de ondervraagde leraren in het voortgezet onderwijs aangeeft dat leerlingen een personeelslid hebben getarget met AI-gegenereerde seksuele beelden. Bij leerlingen onderling is dat percentage nog hoger: 23 procent van de docenten weet van gevallen waarin leerlingen dit bij klasgenoten deden.
De schaal is moeilijk te bevatten. De Internet Watch Foundation vond in 2025 maar liefst 3.440 AI-gegenereerde video's van seksueel kindermisbruik — tegenover 13 in 2024. Dat is geen geleidelijke stijging, dat is een explosie. En in de eerste drie maanden van 2026 kwamen er al meer dan honderd meldingen binnen van AI-gegenereerd misbruikmateriaal dat was ontstaan in schoolomgevingen.
De oorzaak is technisch simpel: zogeheten 'nudificatie-apps' — applicaties die met AI kleding van foto's verwijderen — zijn sinds 2024 breed beschikbaar. Ze zijn vaak gratis, vereisen geen technische kennis en werken met gewone foto's. Een schoolfoto van een website is genoeg.
Waarom verantwoordelijkheid zo lastig is
Wat mij opvalt in het WIRED-verhaal is het patroon dat steeds terugkomt: docenten die ontdekken dat er deepfakes van hen bestaan, maar vervolgens vastlopen. Bij de school, bij de politie, bij platforms. Niemand voelt zich duidelijk verantwoordelijk.
Dat is herkenbaar in bredere zin. De technologie beweegt sneller dan beleid. In het Verenigd Koninkrijk is er inmiddels wetgeving die het verspreiden en bezit van AI-gemanipuleerde seksuele beelden van kinderen strafbaar stelt (via de Crime and Policing Act). Vanaf september moeten Britse scholen AI-gegenereerde seksuele beelden van kinderen behandelen als safeguarding-incidenten.
Maar voor volwassen doelwitten — zoals docenten — is de situatie vager. En het feit dat de daders vaak minderjarigen zijn, maakt het juridisch en menselijk extra ingewikkeld.
Hoe Nederland hiermee omgaat
In Nederland is de situatie niet fundamenteel anders. Deepfakes op scholen komen ook hier voor. Sinds 1 juli 2024 stelt de Wet Seksuele Misdrijven het verspreiden van deepfake nudes strafbaar, en sexchatting met minderjarigen is eveneens een delict.
Op 30 oktober 2025 verscheen een initiatiefvoorstel in de Tweede Kamer dat iedereen een zogeheten 'naburig recht' wil geven op hun eigen stem en uiterlijk — het recht om het maken, gebruiken en verspreiden van deepfakes van jezelf toe te staan of te verbieden. Dat klinkt als een logische stap, maar er is ook kritiek: sommige juristen vinden het bestaande kader (portretrecht, AVG, onrechtmatige daad) toereikend en zien het echte probleem in de handhaving.
Het kabinet heeft tot nu toe aangegeven geen aparte deepfake-wetgeving te willen, omdat bestaande wet- en regelgeving en EU-verplichtingen voldoende zouden zijn. Vanaf 2 augustus 2026 wordt de EU AI-verordening van toepassing, die deepfakes expliciet definieert als door AI gegenereerd of gemanipuleerd beeld-, audio- of videomateriaal.
Ik vind het eerlijk gezegd lastig om hier een eenduidig oordeel over te hebben. Het recht loopt achter, dat is duidelijk. Maar of méér wetgeving het antwoord is, of betere handhaving van wat er al is — dat is een vraag die ik niet zomaar kan beantwoorden.
Wat dit voor ondernemers betekent
Je denkt misschien: dit gaat over scholen, niet over mijn bedrijf. Maar de mechanismen zijn precies dezelfde. Een medewerker met een publiek profiel op je bedrijfswebsite kan op dezelfde manier doelwit worden. Dezelfde apps, dezelfde techniek, dezelfde drempel van nul.
Stel dat een klant of concurrent deepfakes maakt van jouw personeel — wat is dan je beleid? Wie belt de politie? Wie belt de advocaat? Wie ondersteunt de medewerker? De kans is groot dat je daar nu geen antwoord op hebt, en dat is precies het punt.
Een paar concrete overwegingen:
- Beeldmateriaal: hoeveel herkenbare foto's van je medewerkers staan er publiekelijk online? Op je website, op social media, in persberichten? Dat is niet per se fout, maar het is goed om bewust te zijn van het risico.
- Beleid: heb je een protocol voor als een medewerker meldt dat er AI-gegenereerd misbruikmateriaal van hem of haar circuleert? De meeste MKB-bedrijven hebben dat niet.
- Bewustzijn: weten je medewerkers dat dit bestaat en dat het hen kan overkomen? Niet om angst te zaaien, maar om drempels te verlagen voor het melden ervan.
Kun je je voorstellen wat het met iemand doet om te ontdekken dat er geseksualiseerde nepbeelden van hem of haar rondgaan — en dat er geen duidelijk loket is om dat te stoppen?
De bredere vraag over AI-tools
Wat mij in dit hele verhaal het meest bezighoudt, is hoe laagdrempelig de technologie is geworden. We hebben het niet over hackers of criminele netwerken. We hebben het over tieners met een smartphone en een gratis app. De technische vaardigheid die nodig is, is vrijwel nul.
Dat stelt een ongemakkelijke vraag: als de tools zo toegankelijk zijn, wie is er dan verantwoordelijk? De maker van de app? Het platform waar het beeld terechtkomt? De school die de foto op haar website had staan? De ouders van de minderjarige die het deed?
Ik denk dat het antwoord waarschijnlijk 'allemaal een beetje' is — en dat juist daarom niemand zich volledig verantwoordelijk voelt. Dat vacuüm is waar de schade ontstaat.
Voor mij is dit vooral een signaal dat we als samenleving — en als ondernemers — sneller moeten nadenken over de praktische gevolgen van breed beschikbare AI-tools. Niet alleen de productieve toepassingen, maar ook de schadelijke. De technologie wacht niet tot ons beleid klaar is.
80% van de AI-projecten haalt productie nooit.
Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.