ChatGPT plaatst handtekeningen van echte cartoonisten onder AI-cartoons

ChatGPT plaatst handtekeningen van echte cartoonisten onder AI-cartoons

TL;DR

  • Wat: ChatGPT genereert cartoons in de stijl van The New Yorker en plaatst daar zonder toestemming de handtekeningen van echte cartoonisten onder.
  • Waarom relevant: als AI-tools namen en stijlen van makers kunnen nabootsen, raakt dat ook de merknaam en het intellectueel eigendom van ondernemers.
  • Wat je ermee kunt: controleer of AI-gegenereerde content in jouw bedrijf onbedoeld namen, logo's of stijlen van derden reproduceert.

Ik stuitte op een onderzoek van Nieman Lab dat me aan het denken zette. ChatGPT blijkt niet alleen cartoons in de stijl van The New Yorker te kunnen maken — het plaatst er ook de handtekeningen van bestaande cartoonisten onder. Zonder dat die daar ooit toestemming voor hebben gegeven. Dat vind ik om meerdere redenen opvallend, ook als je geen cartoonist bent.

Wat er precies aan de hand is

Volgens het onderzoek van Nieman Lab zijn de handtekeningen van meer dan vijftien cartoonisten van The New Yorker gereproduceerd door ChatGPT. Het gaat om bekende namen als Emily Flake, Harry Bliss, Liza Donnelly, Joe Dator, Pat Byrnes en Peter Vey. Zelfs overleden tekenaars als George Booth en Saul Steinberg worden niet ontzien.

Eén voorbeeld sprong er voor mij uit. In augustus werd een AI-gegenereerde cartoon met de handtekening "BLOPER" — het kenmerk van cartoonist Brendan Loper — viraal op Facebook. Het plaatje werd zo'n 25.000 keer geliket. Het was oorspronkelijk gedeeld door een Dolly Parton-fan en leek op het eerste gezicht gewoon een echte cartoon. Maar Loper had het niet getekend en niet ondertekend. ChatGPT deed dat voor hem.

Wat mij hier opvalt: het gaat niet alleen om stijl. Het model heeft blijkbaar ook heel specifieke details geleerd, zoals de manier waarop Pat Byrnes een punt achter zijn handtekening zet. Dat wijst erop dat het systeem systematisch is getraind op het werk van deze kunstenaars.

Waarom dit verder gaat dan een cartoonkwestie

Je zou kunnen denken: dit is een probleem voor tekenaars, niet voor mij. Maar stel dat je als ondernemer een sterk visueel merk hebt opgebouwd — een herkenbare stijl, een logo, een naam die ergens voor staat. Kun je je voorstellen wat het betekent als een AI-tool die naam of stijl reproduceert zonder jouw toestemming, en dat vervolgens duizenden keren wordt gedeeld?

Brendan Loper verwoordde het vrij helder in het Nieman Lab-onderzoek: "My name is my name. It felt very much like a violation of my personhood." Emily Flake vergeleek het met het krijgen van een citaat toegeschreven dat je nooit hebt gezegd. Cartoonist Jason Chatfield wijst op een concreet gevolg: wanneer mensen nu de namen van getroffen cartoonisten googelen, verschijnt er AI-gegenereerde content tussen hun echte werk. Decennia aan opgebouwde reputatie raakt vermengd met namaak.

Dat is geen theoretisch risico. Het gebeurt nu, bij professionals wiens naam hun handelsmerk is.

De licentiekwestie: wel een deal, geen toestemming

Een detail dat ik bijzonder interessant vind: OpenAI sloot in 2024 een licentieovereenkomst met Condé Nast, het moederbedrijf van The New Yorker. Maar volgens de beschikbare berichtgeving was het trainen op cartoons expliciet niet onderdeel van die deal. The New Yorker stelt dat het nooit AI-ontwikkelaars heeft geautoriseerd om op hun cartoons te trainen.

Toch reproduceert het model de handtekeningen van hun tekenaars. Dat roept vragen op over hoe de trainingsdata van grote taalmodellen tot stand komt, en hoeveel controle uitgevers en makers daar werkelijk over hebben — ook als er contractuele afspraken bestaan.

OpenAI reageert inmiddels met een waarschuwing wanneer gebruikers om New Yorker-achtige cartoons vragen: "This prompt may violate our guardrails concerning similarity to third-party content." Maar volgens het onderzoek verschijnen er desondanks nog steeds handtekeningen in gegenereerde afbeeldingen. De guardrails werken dus niet waterdicht.

Wat dit betekent voor Nederlandse ondernemers

In Nederland speelt een vergelijkbare discussie. De NOS berichtte eerder dat techbedrijven, waaronder OpenAI en Midjourney, mogelijk zonder toestemming zijn getraind op beelden van Nederlandse makers. De Europese AI Act, die gefaseerd in werking treedt, stelt vanaf augustus 2026 nieuwe transparantieverplichtingen — al geldt er voor AI-gegenereerde afbeeldingen geen algemene meldplicht.

Voor ondernemers zie ik twee kanten aan dit verhaal.

Als gebruiker van AI-tools

Als je AI-beeldgeneratie inzet voor je marketing, social media of producten, is het verstandig om te controleren wat er precies wordt geproduceerd. Bevat het gegenereerde beeld elementen die herleidbaar zijn tot bestaande merken, stijlen of personen? In het geval van de New Yorker-cartoons gebeurde dat automatisch, zonder dat de gebruiker erom vroeg. Een Dolly Parton-fan deelde een plaatje zonder te beseffen dat er een echte handtekening op stond.

Ik denk dat de meeste ondernemers hier niet bewust bij stilstaan. Maar als een gegenereerd beeld een herkenbare stijl of naam bevat, kun je als verspreider van dat beeld juridisch in lastig vaarwater komen — zeker als het commercieel wordt gebruikt.

Als maker of merkeigenaar

Als je zelf origineel visueel werk maakt of een sterk herkenbaar merk hebt, is het goed om te weten dat AI-modellen dit kunnen reproduceren. Onder de huidige Europese regelgeving kun je als maker een opt-out doen om te voorkomen dat je werk wordt gebruikt voor AI-training. Maar zoals de New Yorker-casus laat zien: zelfs als er contractuele afspraken zijn, is dat geen garantie dat het niet alsnog gebeurt.

Guardrails zijn geen oplossing

Wat mij in dit hele verhaal het meest bezighoudt, is het patroon. OpenAI voegt achteraf een waarschuwing toe, maar het onderliggende probleem — dat het model de handtekeningen heeft geleerd — blijft bestaan. Een guardrail is als een bordje "verboden toegang" op een deur die al openstaat. Het voorkomt niet dat de kennis in het model zit; het probeert alleen de output te filteren.

Voor mij is dit vooral een signaal dat de verantwoordelijkheid niet alleen bij de AI-ontwikkelaar ligt, maar ook bij de gebruiker. Als ondernemer die AI-tools inzet, is het verstandig om te begrijpen dat wat er uitkomt niet per definitie vrij van rechten is — ook al voelt het zo. De grens tussen "geïnspireerd door" en "gekopieerd van" is bij AI-gegenereerde content soms dunner dan je denkt.

80% van de AI-projecten haalt productie nooit.

Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.