TL;DR
- Wat: OpenAI en Anthropic pleiten voor een gecoördineerde vertraging van AI-ontwikkeling, maar lopen aan tegen antitrustrecht dat samenwerking tussen concurrenten verbiedt.
- Waarom relevant: Als grote AI-labs gedwongen worden om in hun eentje te vertragen (of juist niet), heeft dat direct gevolgen voor het tempo waarmee AI-tools op de markt komen die jouw bedrijf gebruikt.
- Wat je ermee kunt: Houd rekening met het scenario dat AI-modellen tijdelijk minder snel verbeteren — en maak je niet volledig afhankelijk van één aanbieder.
Ik viel deze week over een bericht van WIRED dat een vraag opwerpt waar ik eerlijk gezegd niet eerder bij had stilgestaan: wat als AI-bedrijven gezamenlijk willen afremmen, maar dat simpelweg niet mogen van de mededingingswet? OpenAI heeft het Amerikaanse Congres de afgelopen weken gevraagd of een gecoördineerde vertraging van AI-ontwikkeling juridisch überhaupt door de beugel kan. Dat vind ik een opmerkelijke wending — en eentje die ook voor ondernemers in Nederland relevant is.
Wat er precies aan de hand is
Het begon in juni 2026. Anthropic, het bedrijf achter de AI-assistent Claude, publiceerde een essay met de titel When AI builds itself. De kernboodschap: AI-modellen naderen het punt waarop ze zichzelf kunnen verbeteren — zonder menselijke tussenkomst. Ter illustratie: volgens Anthropic werd in mei 2026 meer dan 80 procent van de code in hun eigen productieomgeving geschreven door hun eigen AI. Dat was begin 2025 nog een verwaarloosbaar percentage.
Anthropics voorstel: een plan ontwikkelen waarbij meerdere grote AI-labs wereldwijd gelijktijdig stoppen of vertragen, met verificatie dat iedereen zich eraan houdt. Belangrijk detail: Anthropic riep niet op tot een eenzijdige stop. Het bedrijf stelde dat een enkele partij die pauzeert alleen maar bepaalt wie de leiding neemt — niet of er wordt nagedacht.
Een paar maanden later, op 6 september 2026, volgde OpenAI. Hoofdwetenschapper Jakub Pachocki publiceerde het essay An Alien Mind, waarin hij pleit voor gecoördineerde vertragingen telkens wanneer het vertrouwen in de veiligheid onvoldoende is voor de volgende stap in schaalvergroting.
Het juridische probleem: antitrustrecht
En hier wordt het interessant — en tegelijk lastig. In de Verenigde Staten bestaat de Sherman Antitrust Act, een wet uit 1890 die in de kern zegt: concurrenten mogen geen afspraken maken die de productie beperken. Dat klinkt logisch als je denkt aan prijsafspraken of kartelvorming. Maar wat als concurrenten afspreken om een technologie niet of langzamer te ontwikkelen?
Volgens juridisch analist Nicholas Felstead zou een gecoördineerde AI-pauze kunnen worden gezien als een "output restriction" — bedrijven die gezamenlijk afspreken minder te produceren. En dat is precies het type afspraak dat het Hooggerechtshof als "per se illegaal" heeft bestempeld. Geen nuancering, geen afweging van de voordelen: gewoon verboden.
Ik vind het eerlijk gezegd fascinerend dat een wet uit de negentiende eeuw — bedoeld om consumenten te beschermen tegen kartelvorming — nu mogelijk in de weg staat van iets dat juist bedoeld is om de samenleving te beschermen. De ironie is moeilijk te missen.
Waarom een eenzijdige pauze niet werkt
Het fundamentele probleem is een collectief actieprobleem, vergelijkbaar met een situatie die je wellicht herkent: stel dat alle restaurants in een winkelstraat afspreken om op zondag dicht te gaan voor het personeel. Als één restaurant zich niet aan de afspraak houdt, trekt die alle klanten. Dus doet uiteindelijk niemand het.
Precies zo werkt het bij AI-labs. Wie eenzijdig vertraagt, verliest marktaandeel aan concurrenten die doorontwikkelen. Dat maakt coördinatie noodzakelijk. Maar diezelfde coördinatie maakt het juridisch problematisch.
Wat de politiek probeert te doen
In juli 2026 diende een groep Amerikaanse politici van beide partijen een wetsvoorstel in: de Collaboration on Adversarial Threats and Security Risks Act. Het voorstel, gesteund door senatoren Jim Banks (Republikein) en Adam Schiff (Democraat), creëert een beperkte uitzondering op het antitrustrecht. AI-bedrijven zouden dreigingsinformatie mogen delen en gezamenlijk verdedigingsmaatregelen mogen nemen — specifiek gericht op veiligheidsrisico's vanuit buitenlandse partijen.
Maar — en dit is een belangrijk maar — het voorstel richt zich op security-samenwerking, niet op het breder vertragen van ontwikkeling. De vraag of labs samen mogen afspreken om het tempo van model-ontwikkeling te verlagen, wordt hiermee niet beantwoord.
Volgens een analyse op Lawfare zijn er drie mogelijke routes:
- Bijgewerkte richtlijnen: Het Amerikaanse ministerie van Justitie en de FTC zouden kunnen verduidelijken wanneer veiligheids-samenwerking niet als kartelvorming geldt.
- Wetgeving: Het Congres zou een pauze kunnen verplichten, waardoor de antitrustkwestie volledig wegvalt.
- Onafhankelijke auditors: Labs sluiten geen onderlinge afspraken, maar aparte contracten met een onafhankelijke toezichthouder die naleving controleert.
Wat mij opvalt aan optie drie: het is een constructie die je als ondernemer misschien herkent. Denk aan brancheverenigingen die via een externe auditor afspraken controleren — zonder dat concurrenten direct met elkaar om de tafel zitten.
Wat betekent dit voor een Nederlandse ondernemer?
Je denkt misschien: dit is een Amerikaans probleem. En juridisch gezien klopt dat — de Sherman Act geldt niet in Nederland. Maar de gevolgen zijn wereldwijd voelbaar.
Als OpenAI, Anthropic, Google DeepMind en andere grote spelers wél tot een gecoördineerde vertraging komen, betekent dat minder snelle verbetering van de AI-tools die jij als ondernemer gebruikt. Geen nieuwe modelversie elke paar maanden, maar mogelijk langere cycli. Dat kan frustrerend zijn als je net een werkproces hebt ingericht rond de nieuwste mogelijkheden.
Maar het kan ook rust geven. Ik merk bij veel ondernemers dat het tempo van AI-vernieuwing overweldigend voelt. Elke maand een nieuw model, elke week een nieuwe tool. Een vertraging zou betekenen dat je meer tijd hebt om te begrijpen wat je al hebt, voordat er weer iets nieuws verschijnt.
En dan is er de Europese kant. In de EU kennen we ook mededingingsrecht. Stel dat Europese AI-bedrijven soortgelijke samenwerking zouden willen opzetten — dan loop je tegen vergelijkbare vragen aan onder EU-antitrustregels. Ik zou het niet vreemd vinden als dit debat ook hier gaat spelen.
Kun je je voorstellen dat de Europese Commissie een uitzondering maakt op mededingingsregels, specifiek voor AI-veiligheid? Ik vind het een boeiende gedachte.
Een ongemakkelijke balans
Wat mij het meest opvalt aan dit hele verhaal, is de spanning tussen twee principes die allebei bedoeld zijn om mensen te beschermen. Antitrustrecht beschermt consumenten tegen machtsconcentratie. Maar datzelfde recht kan nu verhinderen dat bedrijven samenwerken om een technologie beheersbaar te houden.
Dat is geen makkelijke afweging. En ik denk dat het een afweging is die uiteindelijk niet door bedrijven gemaakt moet worden, maar door wetgevers — of dat nu in Washington is of in Brussel.
Voor mij is dit vooral een signaal dat de AI-sector een fase bereikt waarin de grote spelers zelf aangeven dat ze hulp nodig hebben van overheden om verantwoord te handelen. Of je dat geruststellend vindt of juist zorgwekkend — ik denk dat het in ieder geval betekent dat we hier aandacht aan moeten besteden.
80% van de AI-projecten haalt productie nooit.
Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.