Indiase robotmaker Ati ontwijkt Amerikaans verbod op Chinese robots

Indiase robotmaker Ati ontwijkt Amerikaans verbod op Chinese robots

TL;DR

  • Wat: De VS verbiedt import van nieuwe Chinese humanoïde robots. Het Indiase Ati Robotics assembleert in India met minimaal Chinese onderdelen en ontwijkt daarmee het verbod.
  • Waarom relevant: Supply chain-keuzes bepalen steeds vaker of je als bedrijf überhaupt toegang houdt tot grote afzetmarkten.
  • Wat je ermee kunt: Breng in kaart hoe afhankelijk jouw toeleveringsketen is van één land of regio — en of dat risico's oplevert bij nieuwe handelsmaatregelen.

Eind juli verbood de Amerikaanse overheid de import van nieuwe humanoïde en viervoetige robots van buitenlandse maakbedrijven — lees: uit China. Ik viel over een bericht van WIRED over Ati Robotics, een Indiaas bedrijf dat zijn robots in Bengaluru assembleert en slechts een handvol Chinese onderdelen gebruikt. Dat maakt deze startup opeens interessant in een wereld die steeds meer draait om waar je iets maakt, niet alleen wat.

Wat er precies is gebeurd

De Amerikaanse telecomtoezichthouder FCC heeft op 29 juli 2026 humanoïde en viervoetige robots toegevoegd aan de zogenaamde "Covered List". Dat betekent dat nieuwe modellen van buitenlandse fabrikanten geen FCC-autorisatie meer krijgen om op de Amerikaanse markt te komen. Bestaande, al goedgekeurde modellen mogen nog wel verkocht worden.

De maatregel richt zich officieel op alle buitenlandse fabrikanten, maar de praktische impact raakt vooral China. Volgens Forbes zijn zes van de tien grootste humanoïde robotfabrikanten Chinees, goed voor zo'n 87% van alle verscheepte eenheden. De drie grootste — Agibot, Unitree en UBTech — zijn allemaal Chinees.

De officiële reden: nationale veiligheid. De overheid wijst op cybersecurityrisico's en het feit dat robots met netwerkmogelijkheden "uitgebreide kwetsbaarheden" creëren. Robots die in huizen of bij gevoelige faciliteiten worden ingezet, zouden data kunnen verzamelen voor buitenlandse mogendheden.

Ati Robotics: de Indiase buitenstaander

Te midden van dit geopolitieke schaakspel duikt Ati Robotics op — voorheen Ati Motors, een zeven jaar oud bedrijf uit Bengaluru dat in april 2026 van naam veranderde. Het bedrijf is het best bekend van de Sherpa-familie: autonome mobiele robots die zwaar materiaal door fabrieken verplaatsen. Ze hebben meer dan 70 bedrijfsklanten, twee miljoen autonome missies afgerond, en een succesratio van 99%.

Hun nieuwste product is de Sherpa Mecha: een humanoïde robot die specifiek is ontworpen voor fabriekswerk. Geen benen maar wielen (voor stabiliteit op de fabrieksvloer), koolstofvezel armen die 12 kilo kunnen tillen, met toekomstige versies die mikken op 35 kilo. Het apparaat zit nog in de pilotfase en wordt het komende jaar getest met industriële partners.

Wat mij hier opvalt: volgens het WIRED-bericht assembleert Ati zijn robots in India en gebruikt het slechts een klein aantal Chinese onderdelen. Dat is een bewuste supply chain-keuze. Het bedrijf verkent volgens Business Standard al alternatieven voor Chinese zeldzame-aardmagneten, zoals ferromagnetische en inductiemotoren die in India worden geproduceerd.

Ik vind het eerlijk gezegd fascinerend dat een relatief klein bedrijf — met ruim 37 miljoen dollar aan venture capital — zich zo expliciet positioneert op de supply chain-kaart. Het is geen toeval. Het is strategie.

Waarom dit verder gaat dan robots

Dit verhaal gaat niet alleen over humanoïde robots. Het illustreert een bredere trend: handelsbeleid wordt steeds meer bepaald door herkomst van componenten, niet alleen door het eindproduct.

Stel dat je als ondernemer een product importeert dat onderdelen bevat uit een land dat onder handelsbeperkingen valt. Dan maakt het niet uit dat jouw leverancier in Vietnam of India zit — als de kerncomponenten Chinees zijn, kun je alsnog tegen een muur lopen.

Dat is precies waarom de strategie van Ati Robotics opvalt. Ze proberen niet alleen een goed product te maken, maar ook een product dat overal welkom is. In een wereld van toenemende handelsspanningen is dat een concurrentievoordeel op zich.

De prijskloof

Er zit nog een andere dimensie aan dit verhaal. Volgens MIT Technology Review kost een viervoetige robot van het Chinese Unitree ongeveer 4.600 dollar. Een vergelijkbaar model van het Amerikaanse Boston Dynamics kost rond de 278.000 dollar. Dat is een factor 60.

Dat prijsverschil verklaart waarom 90% van de recente robotica-onderzoekspapers aan Amerikaanse universiteiten robots van Unitree gebruikte. Het verbod treft dus niet alleen consumenten en bedrijven, maar ook het eigen onderzoeksecosysteem.

Kun je je voorstellen wat dit betekent als je een Amerikaans roboticabedrijf bent dat net begint? Je concurrent is van de markt gehaald, maar je kunt zelf niet leveren tegen een betaalbare prijs. Ik denk dat dit de grote spanning is in dit hele beleid.

Wat dit voor Europese en Nederlandse ondernemers betekent

Europa staat op een kruispunt. Chinese robotfabrikanten richten zich nu nadrukkelijk op de Europese markt. Unitree lanceerde op 22 juli 2026 zijn eerste commerciële humanoïde robot in Europa. AgiBot breidt uit naar acht Europese landen. Volgens Seoul Economic Daily volgen humanoïde robots hetzelfde patroon als Chinese elektrische auto's: eerst de Amerikaanse markt verliezen, dan vol inzetten op Europa.

Ondertussen treden in augustus 2026 de hoog-risico bepalingen van de EU AI Act in werking. Die gelden ook voor AI-gestuurde humanoïde robots in industriële, zorg- of publieke omgevingen. Dat betekent dat Europese bedrijven die Chinese robots inzetten, te maken krijgen met zowel cybersecurity-vragen als compliance-eisen.

Voor Nederlandse MKB-ondernemers is dit misschien nog abstract — niet iedereen koopt morgen een humanoïde robot. Maar het onderliggende patroon is wel degelijk relevant:

  • Toeleveringsketens worden politiek. Waar je onderdelen vandaan haalt, bepaalt steeds vaker waar je mag verkopen.
  • Diversificatie is geen luxe meer. Een leverancier in één land is een risico als dat land onder druk komt te staan.
  • Compliance wordt complexer. De combinatie van AI-wetgeving, cybersecurityregels en handelsbeleid maakt het speelveld onoverzichtelijker.

Een verschuiving in de maak

Wat mij betreft is het verhaal van Ati Robotics een illustratie van iets groters. De wereld verschuift van "koop waar het goedkoopst is" naar "koop waar het veiligst is — geopolitiek gezien." India positioneert zich als alternatief voor China in steeds meer sectoren, van farmaceutica tot halfgeleiders tot nu ook robotica.

Of Ati Robotics daadwerkelijk een grote speler wordt, moet nog blijken. De Sherpa Mecha zit nog in de testfase en het bedrijf is relatief klein vergeleken met de Chinese giganten. Maar de timing is opvallend. En de strategische keuze om de afhankelijkheid van Chinese componenten te minimaliseren, is precies het soort beslissing dat in dit geopolitieke klimaat het verschil kan maken.

Voor mij is dit vooral een signaal dat supply chain-strategie niet langer iets is voor inkoopafdelingen alleen. Het raakt je markttoegang, je compliance en uiteindelijk je concurrentiepositie.

80% van de AI-projecten haalt productie nooit.

Ik bouw de 20% — van prototype naar draaiend systeem, binnen weken.